Wat je zegt, ben je zelf. Ook voor volwassenen is dat een krachtig zinnetje. Als kind filosofeerde ik niet over de diepere betekenis. Het was gewoon iets wat je tegen pestkoppen zei, een manier om je minder rot te voelen over gescheld. Ik bedacht er niet bij dat de pestkop waarschijnlijk iets blootgaf over diens eigen verstopte pijn, onzekerheid of eigenwaarde.
Wat je zegt, ben je zelf. (Eventueel gevolgd door ‘met je kont door de helft, met je kont door de muur, ben je morgen weer zuur’.) Zo bevredigend, zo effectief. Zo simpel? Dat toch niet. Er zit meer diepgang in die kinderlijke reactie op pesten dan ik vroeger kon bedenken.
‘Milouska’, zei ik laatst tegen m’n spiegelbeeld, ‘vergeet die ander. Het is persoonlijk. Wat je zegt, ben je zelf,…
